In deze civiele procedure vorderde Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) betaling van een hoofdsom en bijkomende kosten van appellant. Na verstekvonnis en verzet werd de eis van UZA verminderd omdat de hoofdsom door de zorgverzekeraar van appellant was voldaan. De kantonrechter veroordeelde appellant tot betaling van rente en proceskosten, maar wees de schadevergoeding en administratiekosten af.
Appellant stelde hoger beroep in tegen het vonnis, maar het hof beoordeelde of dit hoger beroep ontvankelijk was op grond van de appèlgrens van €1.750. Het hof stelde vast dat de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen, na eisvermindering en exclusief nevenvorderingen, lager was dan deze grens.
Het hof oordeelde dat de oorspronkelijke eis niet leidend is voor de ontvankelijkheid, maar de vordering zoals die na eisvermindering resteert. Omdat de hoofdsom was betaald en de resterende vordering inclusief rente en proceskosten onder de drempel bleef, verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep en veroordeelde hem in de proceskosten van hoger beroep.