Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel
3.Beoordeling van het vijfde middel
Immers op het moment dat hij onrechtmatig werd aangehouden was en er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van zijn lijf. Hij werd immers in de boeien geslagen en hiermee van zijn vrijheid beroofd. Hij kon op dat moment dat ook geen kant op. Indien en voor zover Uw Hof al meent dat het zo zou zijn gegaan zoals slechts aangeefster verklaart, zou dit betekenen dat de enige mogelijkheid van cliënt om zich uit zijn benarde positie te bevrijden zijn om zich op enigerlei wijze te onttrekken aan de aanhouding. Praten en uitleggen, zoals daarvoor door cliënt is geprobeerd en proberen door te vertrekken om escalatie te voorkomen, hadden immers tot niets geleid.
Het hof is van oordeel dat op grond van zowel het onderzoek ter terechtzitting, als de verklaringen in het dossier, niet aannemelijk is geworden dat verdachte heeft gehandeld ter noodzakelijke verdediging van zichzelf tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Het beroep op noodweer(exces) wordt derhalve verworpen.
4.Slotsom
5.Beslissing
17 december 2013.