Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te 's-Hertogenboschvan 1 februari 2013, nr. 12/00309, betreffende een beschikking tot aansprakelijkstelling ingevolge de Invorderingswet 1990.
Hoge Raad
Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld voor invorderingsrente en -kosten die de BV had opgelopen wegens onbetaalde loon- en omzetbelasting over 1999. Na meerdere procedures werd het hof van 's-Hertogenbosch belast met de zaak. Dit hof oordeelde dat belanghebbende aansprakelijk was omdat hij als financieel beheerder van de BV zwarte lonen betaalde, omzet verzweeg en onvolledige aangiften deed, waardoor belastingschulden onbetaald bleven.
Belanghebbende stelde dat de invorderingsrente en -kosten voortkwamen uit de liquiditeitsproblemen van de BV, niet uit zijn handelen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de liquiditeitspositie van de BV buiten beschouwing liet en dat het niet automatisch aan belanghebbende te wijten is dat de naheffingsaanslagen niet werden betaald.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt uitspraak over aansprakelijkheid invorderingsrente en verwijst zaak terug naar Gerechtshof Den Haag.