Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
PREMISSE
110.94
1.410.638
11.474
2.509
1.410.638
Hof: de drie aan de BV geleverde appartementsrechten] is niet met hypotheek of beslag bezwaard, behoudens een recht van hypotheek – mede op andere onroerende zaken gevestigd – ten behoeve van [de Rabobank], in hoofdsom groot (…) € 2.500.000 (…) blijkens een akte van hypotheekstelling op negen en twintig juli tweeduizend vijf voor mij, notaris, verleden (…).”
Hof: van de aandelen aan [C]] op 7 november 2005 in het bezit geweest van de aandelen van [de BV]. (…) Conclusie: Ik ben van mening dat aan de voorwaarden van artikel 40 van Pro de Invorderingswet 1990 is voldaan en mevrouw [X] daarmee aansprakelijk is voor de onbetaald gebleven vennootschapsbelasting 2005 van [de BV].
Hof: € 626.182]. (…) Bij het vaststellen van de [navorderings]aanslag is uitgegaan van een boekwinst dan wel een herinvesteringsreserve van € 670.000. Omdat de boekwinst volgens bovenstaande berekening € 626.192 [Hof:
€ 626.182] bedroeg, moet de grondslag van de aanslag verminderd worden met [
Hof: € 670.000 -/- 626.182 =] € 43.818, waardoor het belastingbedrag € 13.803 lager uitkomt (…). (…)
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Kamerstukken II1987/88, 20 588, nr. 3, blz. 112-113).
Hof: thans art. 48] zijn drie beperkingen van de civielrechtelijke aansprakelijkheid opgenomen. Volgens het civiele recht zijn erfgenamen die de nalatenschap hebben aanvaard, gehouden de schulden van die nalatenschap te voldoen en wel naar rato van hun aandeel in hetgeen zij uit de nalatenschap ontvangen (…). Deze aansprakelijkheid voor schulden van de erflater zou ertoe kunnen leiden dat ook schulden die pas na het aanvaarden van de erfenis zijn ontstaan (…) op de erfgenamen zouden kunnen worden verhaald. Dit kan zelfs zo ver gaan dat een erfgenaam ter zake van die schulden meer moet voldoen dan hetgeen hij uit de erfenis heeft ontvangen. Wij achten dit niet gewenst, voor zover het belastingschulden betreft. (…) Voorts zijn wij op grond van de evenvermelde overweging van oordeel dat de aansprakelijkheid van erfgenamen ook beperkt moet zijn in het geval waarin de ontvanger op de voet van artikel 50 [
Hof: thans artikel 49] de erflater na diens overlijden aansprakelijk stelt voor belastingschulden van een derde. Ingevolge het eerste lid, onderdeel b, van artikel 49 [
Hof: het huidige artikel 48] ziet deze beperking op aansprakelijkheidsschulden zoals die komen vast te staan na het overlijden van de erflater.”
- de appartementsrechten zijn bij notariële akte geleverd op een tijdstip (7 november 2005, 11.23 uur), zeven minuten gelegen voor het tijdstip waarop [X] de aandelen in de BV (7 november 2005, 11.30 uur) aan [C] heeft geleverd;
- de vervangende investering van de BV bestaat uit drie appartementsrechten die zijn aangekocht van de koper van de aandelen in de BV ([C]). Ten tijde van de aankoop, voor een koopsom van € 701.800, waren deze appartementsrechten (naast andere objecten, zoals vermeld onder 2.4.2) belast met een recht van eerste hypotheek, voor een totaalbedrag van € 3.375.000, in verband met schulden van [C] en een met haar verbonden vennootschap;
- op 29 juli 2005 had [C] de appartementsrechten – vrij van hypotheek – van een derde geleverd gekregen, tezamen met een vierde appartementsrecht (gelegen in hetzelfde appartementencomplex), voor een totaalbedrag van € 1.400.000. Het vierde (niet-geleverde) appartementsrecht is (gelet op de respectieve breukdelen) vrijwel even omvangrijk als de drie wél geleverde appartementsrechten tezamen genomen;
- op de aan de leveringsakte van de aandelen in de BV gehechte overdrachtsbalans zijn de appartementsrechten geactiveerd voor een waarde van € 701.800, zonder dat daarbij rekening is gehouden met het op de appartementsrechten rustende hypotheekrecht.
- een 15 maart 2011 gedagtekende schriftelijke verklaring van notaris Einarson, die daarin onder meer wijst op de in de leveringsakte van de aandelen opgenomen verplichting van de koper tot het in stand houden van het vermogen van de BV, alsmede het ten behoeve van [X] gevestigde recht van tweede hypotheek op de tot het vermogen van de BV behorende appartementsrechten en de borgstelling in privé door [E];
- een uittreksel uit het handelsregister dat door gevolmachtigden van [X] is geraadpleegd op 5 oktober 2005, voorafgaand aan de verkoop van de aandelen. Uit de daarin weergegeven jaarrekeninggegevens van [C] kan volgens belanghebbenden worden afgeleid dat deze vennootschap ultimo 2002 een balanstotaal had van ruim € 40 miljoen en een eigen vermogen van € 7.257.101;
- een taxatieverslag van[H]ter zake van de gekochte appartementsrechten, welk verslag vóór de aankoop aan [X] ter hand is gesteld;
- een op 31 oktober 2005 aan [X] ter hand gestelde, [DATUM]2003 gedagtekende schriftelijke verklaring van het kanton Schwyz (Zwitserland), waarin volgens belanghebbenden wordt medegedeeld dat [E] aldaar beschikt over een vermogen van CHF 5.000.000 en een jaarlijks belastbaar inkomen geniet van CHF 450.000.
tweedehypotheek zal worden gevestigd. [X] en [BX] hebben in dit opzicht volledig gevaren op de adviezen van de genoemde externe deskundigen, die er geen melding van hadden gemaakt dat de appartementsrechten niet vrij van hypotheek werden geleverd aan de BV, zo stellen belanghebbenden. Daarnaast hebben belanghebbenden erop gewezen dat de ten tijde van de levering van de aandelen in de BV aanwezige liquide middelen ten bedrage van € 110.940 ten behoeve van de BV zijn gestort op de derdenrekening van de notaris en dat [X] ervan mocht uitgaan, gelet op de onder 4.5.6 genoemde jaarrekeninggegevens van [C], dat de door [C] overgenomen rekening-courantschuld van [X] door [C] voldaan zou kunnen worden. De onder 2.6.1 vermelde borgstelling door [E] in privé droeg bij aan het vertrouwen dat [X] kreeg in de koper van de aandelen. Een koper met minder goede bedoelingen zou zich immers niet in privé borg stellen, indien hij daarbij (gelet op de door het kanton Schwyz vermelde gegevens) iets te verliezen heeft, aldus belanghebbenden.
tweedehypotheek zal worden gevestigd, terwijl in de onder 2.7 vermelde, op dezelfde dag door [BX] ondertekende (drie minuten later verleden) notariële akte is vermeld dat de appartementsrechten zijn belast met een recht van eerste hypotheek ten behoeve van de Rabobank, voor een hoofdsom groot € 2.500.000.
Kamerstukken II1988/89, 20 588, nr. 3, blz. 86)
Hof: thans artikel 32, tweede lid] regelt dat de renten en de kosten met betrekking tot de belastingaanslag waarvoor men aansprakelijk is gesteld, meelopen voor zover de aansprakelijk gestelde een verwijt treft. Als de aansprakelijk gestelde nalatig is in het betalen, kan hij ook aansprakelijk zijn voor de op de belastingaanslag belopen invorderingsrente.”
Handelingen II14 december 1989, blz. 830)
5.Kosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, behoudens de bij deze uitspraak genomen beslissing inzake de kosten van het bewaar;
- vermindert de aansprakelijkstelling tot een voor een bedrag van € 196.226, zonder rente;
- veroordeelt de ontvanger in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.652,50; en
- gelast de ontvanger aan belanghebbenden het door hen betaalde griffierecht van € 42 (beroep) en € 118 (hoger beroep), in totaal € 160 te vergoeden.