Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats], Australië,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
28 juni 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen een vrouw en een man over de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter in een vermogensrechtelijke afwikkeling van hun buitenhuwelijkse relatie. De vrouw heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage, dat de Nederlandse rechter bevoegd achtte.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank en het hof en neemt kennis van de conclusies van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het beroep strekken. De klachten van de vrouw in het cassatiemiddel worden niet gegrond bevonden en leiden niet tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 28 juni 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en iedere partij draagt de eigen kosten.