ECLI:NL:PHR:2013:BZ9962
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter bij vermogensrechtelijke afwikkeling buitenhuwelijkse relatie
Deze zaak betreft de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter in een geschil over de vermogensrechtelijke afwikkeling van een buitenhuwelijkse relatie tussen een Australische man en een vrouw met dubbele Australische en Nederlandse nationaliteit.
De man en vrouw hadden een langdurige affectieve relatie en gezamenlijk onroerend goed in Nederland. De man vertrok in augustus 2009 definitief naar Australië, wat door het hof werd vastgesteld op basis van bewijs waaronder een brief van zijn advocaat. De vrouw stelde dat de man nog woonplaats in Nederland had op het moment van dagvaarding, maar dit werd door het hof verworpen.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter internationaal niet bevoegd was, behalve voor de verdeling van het in Nederland gelegen onroerend goed. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de vrouw. Ook het beroep op forum necessitatis werd afgewezen omdat er geen sprake was van onaanvaardbare situatie voor de vrouw in Australië.
De Hoge Raad benadrukte dat de beoordeling van feitelijke omstandigheden omtrent woonplaats aan de feitenrechter toekomt en dat het hof zijn oordeel niet onbegrijpelijk had gemotiveerd. Het cassatieberoep werd verworpen met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Nederlandse rechter niet internationaal bevoegd is behalve voor het in Nederland gelegen onroerend goed.