Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
3 september 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, waarin een verzoek tot uitlevering door de Verenigde Staten van Amerika werd toegewezen.
Namens de opgeëiste persoon heeft mr. P.B.Ph.M. Bogaers middelen van cassatie voorgesteld, die schriftelijk zijn toegelicht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is, omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het beroep wordt derhalve verworpen en de uitleveringsuitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleveringsuitspraak blijft in stand.