ECLI:NL:HR:2013:578

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 september 2013
Publicatiedatum
3 september 2013
Zaaknummer
13/01098 U
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen uitleveringsuitspraak Verenigde Staten

De zaak betreft een cassatieberoep van de opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, waarin een verzoek tot uitlevering door de Verenigde Staten van Amerika werd toegewezen.

Namens de opgeëiste persoon heeft mr. P.B.Ph.M. Bogaers middelen van cassatie voorgesteld, die schriftelijk zijn toegelicht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is, omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Het beroep wordt derhalve verworpen en de uitleveringsuitspraak van de rechtbank blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleveringsuitspraak blijft in stand.

Uitspraak

3 september 2013
Strafkamer
nr. 13/01098 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 21 februari 2013, nummer 16/701970-12, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. P.B.Ph.M. Bogaers, advocaat te Nieuwegein, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De middelen zijn schriftelijk toegelicht.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 september 2013.