Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
1 oktober 2013.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De verdachte stelde onder meer dat de tijd van voorarrest niet van de opgelegde gevangenisstraf was afgetrokken. De Advocaat-Generaal concludeerde tot een verbeterde lezing van de bewezenverklaring en tot aftrek van de tijd in verzekering, maar adviseerde het beroep verder te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel dat klaagt over het niet aftrekken van voorarrest geen nadere motivering behoeft, gelet op eerdere jurisprudentie (HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4478). De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en er waren geen rechtsvragen die beantwoording in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisten.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier tijdens een openbare terechtzitting op 1 oktober 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens het niet aftrekken van voorarrest van de gevangenisstraf.