Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
15 oktober 2013.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd verdachte beschuldigd van het mishandelen van een paard door het toebrengen van pijn en letsel met zwepen en andere handelingen. Het hof sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs dat het paard daadwerkelijk werd geslagen of letsel opliep door verdachte.
Ondanks de vrijspraak beval het hof onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen rijzweep en longeerzwepen, omdat deze aangepast zouden zijn en gevaar voor dieren zouden vormen. De Hoge Raad oordeelde dat onttrekking aan het verkeer alleen kan worden bevolen indien een strafbaar feit is vastgesteld, wat hier niet het geval was.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de onttrekking betrof en bepaalde dat de voorwerpen aan verdachte moeten worden teruggegeven. Het beroep van verdachte werd voor het overige verworpen en de vrijspraak bleef in stand.
Deze uitspraak benadrukt het vereiste van een bewezen strafbaar feit voor onttrekking aan het verkeer van voorwerpen bij vrijspraak, conform art. 36b Sr.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de onttrekking aan het verkeer en gelast teruggave van de voorwerpen aan verdachte.