ECLI:NL:HR:2013:BX4020
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Naheffing omzetbelasting fiscale eenheid bij privégebruik woning
Belanghebbende, bestaande uit een BV en haar directeur als fiscale eenheid, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2003-2004. Deze aanslag werd verminderd na bezwaar, maar het geschil ging door tot aan het Hof en vervolgens de Hoge Raad.
De kern van het geschil was of de naheffing terecht op naam van de fiscale eenheid kon worden opgelegd, terwijl de woning die was verbouwd en waarover omzetbelasting was afgetrokken, uitsluitend voor privédoeleinden werd gebruikt. Het Hof oordeelde dat de woning niet voor zakelijke doeleinden was bestemd en dat aftrek van omzetbelasting daarom uitgesloten was.
De Hoge Raad bevestigde dat de fiscale eenheid voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) als belastingplichtige kan worden aangemerkt, ook als materieel geen fiscale eenheid bestond. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard, waarbij het oordeel van het Hof over het privégebruik van de woning niet werd aangetast.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting op naam van de fiscale eenheid.