Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Correcties voorbelasting i.v.m. vrijgestelde prestaties
de eerste naheffingsaanslag). Hiertegen heeft [belanghebbende 1] bezwaar en beroep ingesteld. De inspecteur heeft in de loop van de beroepsprocedure deze naheffingsaanslag vernietigd, waarop het beroep is ingetrokken (zaaknummer 18/3053).
de naheffingsaanslag 2012-2015) en verzuimboete verminderd tot € 140.752 respectievelijk € 11.718. De belastingrente is dienovereenkomstig verminderd tot € 14.371.
de tweede naheffingsaanslag). Het betreft een naheffingsaanslag over het tijdvak 2013 tot en met 2015 met dagtekening 27 december 2018 (
de naheffingsaanslag 2013-2015). Naar aanleiding hiervan heeft op 15 juli 2019 een hoorgesprek plaatsgevonden.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn
6.Proceskosten
7.Beslissing
- verklaart de beroepen met betrekking tot naheffingsaanslagen omzetbelasting 2010 en 2011 niet-ontvankelijk (17/5610 en 17/5519);
- verklaart de overige beroepen gegrond;
- vernietigt de overige uitspraken op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting 2012-2015 en de daarbij afgegeven beschikking belastingrente conform de verminderingsbeschikking van 14 februari 2019 (17/6053);
- vermindert de verzuimboete bij de naheffingsaanslag omzetbelasting 2012-2015 tot € 9.374 (17/6053);
- verleent teruggaaf van omzetbelasting over het tijdvak maart 2016 van € 10.859 (17/5518);
- verleent teruggaaf van omzetbelasting over het tijdvak september 2016 van € 10.347 (17/5520).
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, alsmede de naheffingsaanslag omzetbelasting 2013-2015, de verzuimboete en de beschikking belastingrente (19/4801 en 19/6696).
- veroordeelt de Minister voor Rechtsbescherming tot vergoeding van geleden immateriële schade ten bedrage van € 2.365;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van geleden immateriële schade ten bedrage van € 1.135;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbenden betaalde griffierecht van in totaal € 1.839 aan hen vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: