ECLI:NL:HR:2013:BX7168
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over tijdsevenredige toerekening omzetbelasting privégebruik onroerende zaak
Belanghebbende, ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, gebruikte een pand zowel voor zakelijke als privédoeleinden. Over het jaar 2009 werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd wegens privégebruik van het pand. Belanghebbende had de omzetbelasting berekend door de gemaakte uitgaven tijdsevenredig toe te rekenen aan de duur van het privégebruik in dat jaar.
De Inspecteur stelde dat deze tijdsevenredige vermindering niet was toegestaan en legde een hogere naheffingsaanslag op. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat artikel 5a van de Uitvoeringsbeschikking OB 1968 in overeenstemming was met de BTW-richtlijn 2006, waarbij geen tijdsevenredige toerekening plaatsvond.
De Hoge Raad stelde echter vast dat de wettelijke bepalingen en de uitleg van het Hof van Justitie van de Europese Unie vereisen dat de maatstaf van heffing voor privégebruik van een onroerende zaak moet worden toegerekend naar de werkelijke duur van het privégebruik binnen het kalenderjaar. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van de Rechtbank en de uitspraak van de Inspecteur, en bepaalde dat de naheffingsaanslag moet worden verminderd tot € 260. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot € 260 wegens tijdsevenredige toerekening van privégebruik.