Belanghebbende plaatste op 28 december 2016 zonnepanelen en leverde in de laatste vier dagen van dat jaar stroom aan een energieleverancier, waarbij de helft zelf werd verbruikt. De inspecteur paste een forfaitaire regeling toe voor de berekening van de verschuldigde omzetbelasting, wat leidde tot een lagere teruggaaf dan door belanghebbende gewenst.
Belanghebbende stelde dat de forfaitaire regeling tijdsevenredig toegepast moest worden of dat de berekening op basis van de wet moest plaatsvinden. De inspecteur stelde dat door de keuze voor saldering van stroom het forfait verplicht was. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat belanghebbende vrij is om de wettelijke regeling toe te passen.
De rechtbank berekende de omzetbelasting over het eigen gebruik tijdsevenredig op basis van de aanschafkosten van de zonnepanelen en de omzetbelasting over de geleverde stroom op basis van de factuur aan de energieleverancier. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de teruggaafbeschikking vastgesteld op € 1.271. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.