ECLI:NL:HR:2013:BX7917
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat stallingswinst na aandeelhouderswijziging kan leiden tot inhaalverlies
Belanghebbende, een vennootschap met een vaste inrichting in het Verenigd Koninkrijk, had in 2004 een verlies opgegeven en stallingswinst uit voorgaande jaren. Na een aandeelhouderswijziging in juni 2004 stelde de Inspecteur de negatieve buitenlandse winst vast zonder rekening te houden met de buitenlandse winst uit 2003. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de beschikking van de Inspecteur, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en bevestigde de beschikking.
De Hoge Raad stelde centraal de uitleg van artikel 46 van Pro het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, dat handel in vennootschappen met stallingswinsten moet tegengaan. De vraag was of deze bepaling ook uitsluit dat stallingswinst wordt betrokken bij de vaststelling van een inhaalverlies in het jaar van aandeelhouderswijziging.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 46 niet Pro zo ruim moet worden uitgelegd dat stallingswinst niet kan worden betrokken bij de vaststelling van een inhaalverlies. Handel in vennootschappen met stallingswinsten met het oog op inhaalverlies is minder aannemelijk en de wetgever heeft dit niet beoogd. Daarom werd het beroep in cassatie gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan belanghebbende en het Hof. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 25 januari 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat stallingswinst kan worden meegenomen bij de vaststelling van inhaalverlies na aandeelhouderswijziging.