ECLI:NL:PHR:2013:BX7917
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en verdragsrechtelijke toets van anti-misbruikbepaling in vennootschapsbelasting bij stallingswinst en aandeelhouderswijziging
De zaak betreft de toepassing van artikel 46 van Pro het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (Bvdb 2001) door de Inspecteur bij het vaststellen van het in te halen buitenlandse verlies van belanghebbende X N.V. na een aandeelhouderswijziging in 2004. De belanghebbende betoogde dat de stallingswinst uit 2003 in mindering moest komen op het inhaalverlies 2004, en dat toepassing van artikel 46 Bvdb Pro 2001 in strijd was met het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk en de EU-vestigingsvrijheid.
De Rechtbank vernietigde de beschikking van de Inspecteur, maar het Gerechtshof stelde deze weer in stand. De Hoge Raad bevestigt dat artikel 46 Bvdb Pro 2001 correct is toegepast en dat de regeling bedoeld is om handel in stallingswinstlichamen tegen te gaan, waarbij ook de inhaalregeling van artikel 35 Bvdb Pro 2001 betrokken is. De Hoge Raad oordeelt dat het Verdrag met het Verenigd Koninkrijk een dynamische interpretatie van de nationale wetgeving toelaat, waardoor de anti-misbruikbepaling niet in strijd is met de goede verdragstrouw.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de regeling niet in strijd is met de vrijheid van vestiging uit het EU-recht, omdat de belanghebbende niet zwaarder wordt belast dan een vergelijkbare binnenlandse vennootschap. De dubbele belasting die ontstaat is het gevolg van de blootstelling aan twee fiscale jurisdicties en het ontbreken van EU-regels ter voorkoming van internationale dubbele belasting. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de toepassing van artikel 46 Bvdb 2001 bevestigd.