ECLI:NL:HR:2013:BY0955

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02725
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 5:36 BWArt. 5:39 BWArt. 5:52 BWArt. 5:59 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling geschil over gedeeltelijke demping van naburige vijver en uitleg erfdienstbaarheden

In deze zaak staat een geschil centraal over de gedeeltelijke demping van een vijver gelegen op naburige erven, waarbij de uitleg van erfdienstbaarheden aan de orde is. De zaak is in eerste aanleg en hoger beroep behandeld door rechtbank en gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij verschillende vonnissen en een arrest zijn gewezen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser, die het niet eens was met de eerdere uitspraken, inhoudelijk beoordeeld maar verwierp het beroep zonder nadere motivering. Dit is conform artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigt daarmee de uitleg van de erfdienstbaarheden en de beslissingen van de lagere instanties. Tevens werd eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, bestaande uit verschotten en salaris advocaat.

De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige uitleg van burenrechtelijke erfdienstbaarheden en bevestigt de rechtszekerheid in dergelijke civiele geschillen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

18 januari 2013
Eerste Kamer
11/02725
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. P.J. de Groen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 302904 / HA ZA 08-246 van de rechtbank 's-Gravenhage van 16 april 2008 en 2 december 2009;
b. het arrest in de zaak 200.052.692/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 februari 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 26 oktober 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 365,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 18 januari 2013.