ECLI:NL:HR:2013:BY3909
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Geen heffing precariobelasting voor lege mantelbuizen met instemmingsbesluit
Belanghebbende verkreeg in 2001 de eigendom van lege HDPE-mantelbuizen in gemeentegrond. De gemeente Rijswijk legde voor 2002 een precariobelastingaanslag op voor deze buizen. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze aanslag, dat door de rechtbank en het hof werd gegrond verklaard omdat de gemeente op grond van de Telecommunicatiewet tot 19 mei 2004 een gedoogplicht had.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de gemeente geen precariobelasting mag heffen indien zij rechtens niet bevoegd is om op te treden tegen de aanwezigheid van de mantelbuizen. Het instemmingsbesluit van de gemeente aan belanghebbende, waarin de mantelbuizen als kabels ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk worden aangemerkt, maakt dat de gedoogplicht van artikel 5.1 van de Telecommunicatiewet ook voor lege mantelbuizen geldt.
De Hoge Raad verklaart het beroep van de gemeente ongegrond en veroordeelt het college in de proceskosten. Hiermee is bevestigd dat voor de jaren 2002 en 2003 en tot 18 mei 2004 geen precariobelasting geheven kan worden over lege mantelbuizen waarvoor een instemmingsbesluit is verleend.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de gemeente ongegrond en bevestigt dat geen precariobelasting geheven mag worden over lege mantelbuizen met instemmingsbesluit.