ECLI:NL:HR:2013:BY4124
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beroepsfout bij schaderegeling en verjaring schadevordering na verkeersongeval
Op 2 augustus 1992 raakte verweerster gewond bij een motorongeval in Schotland, waarbij twee motorfietsbestuurders betrokken waren. Verweerster sloot een schaderegelingsovereenkomst met eiseres, die vervolgens een procedure startte tegen de verzekeraars van de motorfietsen. Deze vorderingen werden echter als verjaard afgewezen. Het hof oordeelde dat eiseres aansprakelijk was voor het laten verjaren van de vorderingen tegen de bestuurders, maar verwierp het beroep van eiseres op de klachtplicht en verjaring.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad oordeelde dat verweerster tijdig had voldaan aan de klachtplicht ex art. 6:89 BW Pro, ook met betrekking tot het niet stuiten van de verjaring van de vorderingen tegen de bestuurders. Tevens werd geoordeeld dat eiseres een beroepsfout had gemaakt door niet tijdig de vorderingen tegen de bestuurders aan te wenden.
De Hoge Raad reserveerde de beslissing over de kosten van het cassatiegeding en begrootte de kosten aan de zijde van eiseres. Het arrest werd gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2013.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug wegens beroepsfout en tijdige klachtplicht.