ECLI:NL:HR:2013:BY5677
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor doorgeven persoonsgegevens door psycholoog wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond de verdachte, een voormalig psycholoog, terecht wegens het opzettelijk schenden van het beroepsgeheim door het doorgeven van vertrouwelijke informatie van een cliënt aan derden. De bewezenverklaring betrof onder meer het doorgeven van persoonsgegevens, het feit dat de cliënt een zaak had aangespannen bij het medisch tuchtcollege en suïcidale neigingen.
De bewijsvoering bestond uit diverse proces-verbalen, verklaringen van betrokkenen en de verdachte zelf. De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat de verdachte persoonsgegevens aan een voormalig patiënte had doorgegeven. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring omtrent het doorgeven van persoonsgegevens onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde dat deel van het arrest, waarbij verdachte daarvan werd vrijgesproken.
Verder verwierp de Hoge Raad het beroep voor het overige, waaronder de klacht dat het feit dat een cliënt een zaak bij het medisch tuchtcollege had aangespannen geen geheim zou zijn. Ook werd geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar dit leidde niet tot strafvermindering omdat geen straf was opgelegd. De rest van het arrest bleef in stand.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het doorgeven van persoonsgegevens wegens onvoldoende bewijs, overige veroordelingen blijven gehandhaafd.