Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het bewezen verklaarde niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. In het bijzonder zou uit de bewezenverklaring niet kunnen worden afgeleid dat informatie betreffende een ontmoeting tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] aan mr. N.C.J. Meijering zou zijn gegeven.
Verklaring van de gebruikte symbolen
Uiting klinkt vervormd.
Stoorgeluid overstemt spreker(s)
Klikgeluiden. Signaal valt kort weg.
met stoorgeluid
fon:eksjes] zijn.
Signaal onderbroken.
(met hoge stem)Buitenbos.
(met hoge stem)Weet ik! Ben ik toch [geweest!]
Luid gekraak. Overstemt deels de sprekers.
Tikgeluid met ruis.
hoest] van 't [sleutel/vanuit Sloten]---
Gekraak overstemt sprekers.
Op woensdag 11-01-2006 heeft [betrokkene 4] je gebeld en gevraagd te komen naar café de Ruif teLandsmeer. Jij bent er naartoe gegaan. Waarover hebben jullie gesproken.
het hof begrijpt het zogenaamde Scenariofeit gelet op het hier bovenstaande).
erdracht ook het centrale aspect in het proces-verbaal betrof, te weten de ontmoeting tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1]. Het bewezen verklaarde kan aldus uit de bewijsmiddelen worden afgeleid.
tweede middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat fictieve informatie is aan te merken als een geheim in de zin van art. 272 Sr Pro.
derde middelklaagt over de motivering van de verwerping van een verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging, althans tot bewijsuitsluiting.
vierde middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van een door de medeverdachte [medeverdachte] op 20 januari 2006 afgelegde verklaring.
Je zult het druk gaan krijgen" valt onder het verschoningsrecht. Hetgeen de verdachte [medeverdachte] hierover (Acroniem) in dat verhoor heeft verklaard ziet het hof als vrucht van dat verzuim en sluit dat derhalve uit. Dit wil niet zeggen dat deze hele verklaring van de verdachte [medeverdachte] uitgesloten wordt van het bewijs. Immers niet kan worden gesteld, gelet op de verbatim uitwerking van dit verhoor, dat het hele verhoor als vrucht gezien moet worden. Pas halverwege dat verhoor wordt hem dat bewuste gesprek van oktober 2005 voorgehouden. De verdachte [medeverdachte] heeft dan al een verklaring over het Scenario feit afgelegd.