Conclusie
Vordering als bedoeld in art. 13a van de Wet op de rechterlijke organisatie
1.Feiten en verloop van de klachtprocedure
behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun ambt de noodzaak tot mededeling voortvloeit. Dit laatste is hier het geval. De president heeft de noodzaak gezien, gelet op het signaal dat zij ontving van de teamvoorzitter. (…).
2.De bevoegdheid op grond van art. 13a RO
in de uitoefening van zijn functiejegens de klager heeft gedragen, kan de Hoge Raad tevens beoordelen of het betrokken gerechtsbestuur zich al dan niet behoorlijk heeft gedragen. Deze uitbreiding, in art. 13f, lid 1, tweede volzin, RO, maakt mogelijk dat de Hoge Raad bij toepassing van art. 13e en 13f RO tevens toezicht houdt op de wijze waarop de desbetreffende klacht door het gerechtsbestuur is behandeld in de ‘interne’ klachtenbehandeling [5] .
3.Inleidende beschouwingen
the ultimate guardian of the fairness of the proceedings” [18] . De rechter beschikt daartoe over bevoegdheden van procedurele aard [19] . Zo kan de kantonrechter of de bestuursrechter bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan weigeren tenzij deze advocaat is (art. 81 Rv Pro respectievelijk art. 8:25 Awb Pro [20] ). De rechter kan niet een advocaat uitsluiten als procesvertegenwoordiger.
Verkrijging van signalen van ketenpartners en andere betrokken partijen
Criteria voor het indienen van dekenbezwaar
inhoudvan mededelingen die een rechterlijk ambtenaar of gerechtsbestuurder aan anderen doet, gelden de algemene wettelijke regels uit het strafrecht en het burgerlijk recht (waaronder bijvoorbeeld het verbod van smaad) en daarnaast de maatschappelijke normen van een behoorlijke bejegening.
4.Bespreking van de klachten
klacht onder 1heeft betrekking op het feit dat (een lid van) het bestuur van de rechtbank over de klacht heeft beslist zonder klager vooraf te horen.
klacht onder 2mist doel voor zover klager een beroep heeft gedaan op art. 10:15 Awb Pro. Die bepaling is niet van toepassing. Het gerechtsbestuur behandelt en beoordeelt de klacht. Art. 10 van Pro de Klachtenregeling van de rechtbank bepaalt dat het gerechtsbestuur de klager op de hoogte stelt van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht en van de eventuele consequenties die het daaraan verbindt. Art. 18 RO Pro bepaalt dat het gerechtsbestuur een van zijn leden kan machtigen om zijn bevoegdheden uit te oefenen; in dat geval is afdeling 10.1.1 Awb van overeenkomstige toepassing. In dit geval had de ‘interne’ klacht betrekking op een gedraging van de voorzitter van het gerechtsbestuur. Art. 9 lid 3 van Pro de Klachtenregeling van de rechtbank Rotterdam houdt in dat wanneer de klacht een lid van het gerechtsbestuur betreft, dit lid niet deelneemt aan de behandeling van de klacht. Blijkens de brief van 16 juni 2016 is deze bepaling toegepast. Art. 10:10 Awb Pro schrijft voor dat een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen. In de brief van 16 juni 2016 is niet met zoveel woorden vermeld dat de ondertekenaar van die brief optrad namens het bestuur van de rechtbank. Slechts op dit laatste punt komt de klacht onder 2 mij vooralsnog gegrond voor.
klacht onder 4(weergegeven in alinea 1.5 hiervoor) heeft betrekking op het verstrekken van persoonsgegevens van de cliënte aan de Deken zonder dat cliënte dan wel klager als haar vertegenwoordiger in rechte, daarvoor toestemming had gegeven. Op grond van art. 13a lid 1 RO kan uitsluitend worden geklaagd over een gedraging
jegens de klager. Uit het klaagschrift valt niet op te maken dat de klacht mede was ingediend namens de cliënte. Om deze reden ben ik van mening dat klager niet kan worden ontvangen in deze klacht.
en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden.Een signaal aan de Deken heeft niet noodzakelijk betrekking op vertrouwelijke informatie. In de onderhavige zaak speelt dit niet, maar stel − bijvoorbeeld − dat een advocaat stelselmatig te laat op zittingen verschijnt en daarmee de procesorde verstoort: signalering van dat feit aan de Deken is mogelijk zonder enige geheimhoudingsplicht te schenden. Daartegenover kunnen gevallen worden gezet waarin het vertrouwelijke karakter blijkt uit de aard van de gegevens [37] . De rechtspraak van de strafrechter over art. 272 Sr Pro [38] en de rechtspraak van de ambtenarenrechter [39] verschaffen voorbeelden van gegevens die zijn aangemerkt als ‘vertrouwelijk’. Aan de kwalificatie van een feit als een geheim dat bewaring verdient, staat niet in de weg de enkele omstandigheid dat het feit in een openbare zitting ter sprake is gebracht [40] .