ECLI:NL:HR:2013:BY8962
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot toevoeging privacygevoelige stukken aan strafdossier en redelijke termijn
In deze strafzaak stond de vraag centraal of een verslag van een gedragswetenschapper en GZ-psycholoog, dat privacygevoelige informatie bevatte over het slachtoffer, aan het dossier mocht worden toegevoegd zonder toestemming van betrokkene of haar wettelijke vertegenwoordiger. De verdediging had dit verslag overgelegd om de onschuld van verdachte te bewijzen.
Het hof wees het verzoek af omdat het verslag niet in opdracht van het hof was opgemaakt en er geen toestemming was gegeven voor opname in het dossier, waarbij het hof het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM Pro) als uitgangspunt nam. De Hoge Raad bevestigde dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is.
Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte op 14 juli 2008 drie keer is verhoord voordat hij een advocaat kon consulteren, waardoor die verklaringen buiten beschouwing werden gelaten. De verklaring van 15 juli 2008 werd wel als bewijs gebruikt. Het hof achtte de verklaringen van het slachtoffer consistent en betrouwbaar.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze van 300 naar 293 dagen, waarvan 130 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen. Tevens werd het beroep op overschrijding van de redelijke termijn in cassatie afgewezen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 293 dagen waarvan 130 voorwaardelijk, het verzoek tot toevoeging van privacygevoelige stukken wordt afgewezen.