ECLI:NL:PHR:2013:BY8962
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privacygevoelige stukken en redelijke termijn in hoger beroep strafzaak
In deze zaak heeft de raadsvrouw van de verdachte verzocht om een privacygevoelig verslag van een gedragswetenschapper en GZ-psycholoog, betreffende de aangeefster, aan het dossier toe te voegen. Dit verzoek werd door het hof afgewezen omdat het verslag zonder toestemming van de betrokkene of haar wettelijke vertegenwoordiger was verkregen en het gebruik ervan in strijd zou zijn met het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zoals gewaarborgd in art. 8 EVRM Pro.
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de aangeefster onbetrouwbaar waren, mede op basis van het verslag. Het hof verwierp dit verweer en achtte de verklaringen consistent en betrouwbaar.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast bij de afwijzing van het verzoek tot toevoeging van het verslag. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, wat een grond is voor strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de strafmaat betreft en verlaagde de opgelegde gevangenisstraf, terwijl het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafmaat wegens overschrijding van de redelijke termijn en verlaagt de gevangenisstraf.