ECLI:NL:HR:2013:BY9087
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindigingsbeding en uitloopprovisie bij faillissement Megapool B.V.
Megapool B.V., een retail-keten, sloot met Laser Nederland B.V. een overeenkomst waarbij consumenten kredietfaciliteiten konden gebruiken via de MegaCard. Bij gebruik van deze kaart betaalde Laser direct aan Megapool, die op zijn beurt provisie ontving, waaronder een uitloopprovisie bij leningen na zes maanden.
Megapool werd op 8 april 2004 failliet verklaard, waarna Laser de overeenkomst beëindigde op grond van een beding dat beëindiging bij faillissement toestaat en het recht op uitloopprovisie laat vervallen. De curatoren stelden dat dit beding onaanvaardbaar was omdat het de boedel benadeelde en mogelijk strijdig was met artikel 20 van Pro de Faillissementswet.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het beding niet nietig was en dat het beroep daarop niet onaanvaardbaar was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel, overwegende dat het beding niet alleen het faillissement als reden voor verval van de provisie noemt, maar dat de uitloopprovisie ook een tegenprestatie vormde voor de bemiddelende rol van Megapool. Hierdoor was het wegvallen van de provisie redelijk en niet in strijd met de openbare orde of redelijkheid en billijkheid.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de curatoren en veroordeelde hen in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het beroep van de curatoren wordt verworpen en het beëindigingsbeding wordt niet nietig verklaard.