ECLI:NL:PHR:2013:BY9087
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing insolventieclausule in retailovereenkomst bij faillissement Megapool B.V.
De curatoren van Megapool B.V., een retailketen in witgoed, vorderden dat Laser Nederland B.V. uitloopprovisie zou betalen die zij ontving op basis van een retailovereenkomst. Laser had de overeenkomst beëindigd wegens het faillissement van Megapool, waarbij een clausule in de overeenkomst het recht op provisie liet vervallen bij faillissement. De rechtbank en het hof Amsterdam verwierpen de vorderingen van de curatoren en oordeelden dat de clausule niet in strijd was met de openbare orde of goede zeden, mede omdat partijen professionele contractspartijen waren die voor hun belangen konden opkomen.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de clausule niet leidt tot een onevenredige benadeling van de crediteuren, mede omdat het hof niet heeft vastgesteld wat de omvang van het nadeel voor Laser en de crediteuren is. Het hof heeft ten onrechte aangenomen dat het ontbreken van recht op provisie bij het aangaan van de overeenkomst en het feit dat de provisies juridisch nooit tot het vermogen van Megapool hebben behoord, uitsluiten dat er sprake is van benadeling.
De Hoge Raad benadrukt dat insolventieclausules in het Nederlandse recht in beginsel geldig zijn, maar dat hun toepassing kan worden getoetst aan de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW Pro) en aan normen van openbare orde en goede zeden (art. 3:40 BW Pro). Daarbij moeten de belangen van de schuldeisers worden meegewogen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering en onjuiste rechtsopvatting over de belangenafweging tussen partijen en crediteuren.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de benadeling van crediteuren door de insolventieclausule.