ECLI:NL:HR:2013:BZ0007
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onvoldoende belang
Op 15 januari 2013 heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 22 mei 2012. Het cassatieberoep was ingesteld door klager, vertegenwoordigd door mr. B. Kizilocak. De Advocaat-Generaal bracht naar voren dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard kon worden op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het beroep instelde onvoldoende belang had bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De beschikking werd gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel, voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.