Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:BZ0245

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/02152
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot benoeming bijzondere curator in familierecht afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak stond het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator op grond van artikel 1:250 BW Pro centraal. De dochter, woonachtig te een woonplaats, had tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage beroep in cassatie ingesteld. De beschikking van het hof volgde op eerdere kinderrechterlijke besluiten te Rotterdam.

De moeder en de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, beide woonachtig respectievelijk gevestigd te een woonplaats en Diemen, waren verweerders in cassatie maar hebben geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het beroep verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Streefkerk, Loth en Polak, waarbij Loth de uitspraak in het openbaar deed op 1 februari 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de dochter wordt verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd.

Uitspraak

1 februari 2013
Eerste Kamer
12/02152
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De dochter],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J.G. Schroeder,
t e g e n
1. [De moeder],
wonende te [woonplaats],
2. WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Diemen,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de dochter, de moeder en de Stichting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 375524/JE RK 11-843 van de kinderrechter te Rotterdam van 2 mei 2011;
b. de beschikking in de zaak 386354/JE RK 11-2541 van de kinderrechter te Rotterdam van 10 november 2011;
c. de beschikking in de zaak 200.097.701/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 februari 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de dochter beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder en de Stichting hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 februari 2013.