ECLI:NL:PHR:2015:53
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over procesvertegenwoordiging minderjarigen in gezags- en omgangszaak
De zaak betreft een geschil over het ouderlijk gezag en omgangsregeling tussen minderjarigen en hun ouders na echtscheiding. De minderjarigen hadden bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot benoeming van een bijzonder curator en toekenning van eenhoofdig gezag aan hun moeder, alsmede een bezoekregeling. De rechtbank wees deze verzoeken af, waarna de minderjarigen hoger beroep instelden bij het gerechtshof Den Haag.
Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het oordeelde dat minderjarigen niet zelfstandig partij kunnen zijn in een procedure die hun belangen betreft, en dat de verzoeken door de ouders of een bijzonder curator moeten worden gedaan. Het hof concludeerde dat de moeder niet als procesvertegenwoordiger van de minderjarigen had opgetreden en wees het beroep af.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de minderjarigen niet-ontvankelijk zijn, omdat uit het beroepschrift en de toelichting van de procesadvocaat blijkt dat de moeder namens de minderjarigen het hoger beroep heeft ingesteld. Tevens heeft het hof onvoldoende gemotiveerd waarom het verzoek tot benoeming van een bijzonder curator niet toewijsbaar zou zijn. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling.