ECLI:NL:HR:2013:BZ0521
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken vindplaatsen in stukken
In deze zaak heeft verzoekster, woonachtig te een woonplaats, beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het geschil betreft de afwijzing van een toelatingsverzoek tot schuldsanering op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro c van de Faillissementswet.
De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage en het arrest van het gerechtshof, welke aan het arrest zijn gehecht. De Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten in het cassatieberoep klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden omdat in het verzoekschrift tot cassatie de vereiste vermelding van vindplaatsen in de stukken van het geding in feitelijke instanties ontbreekt. Hierdoor voldoen de klachten niet aan de eisen van artikel 407 lid 2 Rv Pro. Gezien artikel 80a lid 1 RO en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Het arrest is gewezen door de vice-president Bakels als voorzitter en de raadsheren Drion en Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 1 maart 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van vindplaatsen in het verzoekschrift.