ECLI:NL:HR:2013:BZ1717
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor RSI door schending zorgplicht en bewijsregel
De zaak betreft een vordering van een werknemer, die via een uitzendbureau bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) werkte, wegens RSI-klachten veroorzaakt door haar werkzaamheden. De werknemer stelde dat SVB tekort was geschoten in haar zorgplicht, onder meer door het niet naleven van het Besluit beeldschermwerk en onvoldoende instructie.
De kantonrechter wees de vordering af vanwege onvoldoende objectief bewijs. Het hof stelde vast dat sprake was van RSI-klachten en dat SVB tekort was geschoten in haar zorgplicht, waarbij het oorzakelijk verband werd aangenomen op basis van een omkeringsregel uit eerdere Hoge Raad-arresten. SVB betwistte dit en voerde onder meer aan dat het verband onzeker was en dat er sprake was van een predispositie bij de werknemer.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de omkeringsregel van toepassing is gegeven de onzekerheden rond RSI en het oorzakelijk verband. De Hoge Raad vernietigt de arresten van het hof, verklaart SVB niet-ontvankelijk in beroep tegen het eerste arrest, en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. Tevens wordt vastgesteld dat de zorgplicht van SVB niet is nageleefd door het niet treffen van maatregelen conform het Besluit beeldschermwerk.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt meerdere arresten en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.