ECLI:NL:HR:2013:BZ2776

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/03648
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 67 lid 1 FwArt. 58 lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beschikking rechter-commissaris in faillissement

In deze zaak heeft de Coöperatieve Rabobank Parkstad Limburg U.A. cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechter-commissaris in het faillissement van een betrokkene. De curator in het faillissement heeft een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de bank onderzocht en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikkingen van de rechtbank Maastricht en de stukken die bij het cassatieberoep zijn gevoegd. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het principaal cassatieberoep en het buiten behandeling laten van het incidenteel beroep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en wijst het cassatieberoep af.

Omdat het principaal cassatieberoep faalt, komt het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van de curator niet aan de orde. De beschikking is gegeven door de raadsheren Streefkerk, Drion en de Groot en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 1 maart 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Rabobank wordt verworpen en het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep van de curator komt niet aan de orde.

Uitspraak

1 maart 2013
Eerste Kamer
12/03648
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
COÖPERATIEVE RABOBANK PARKSTAD LIMBURG U.A.,
gevestigd en kantoorhoudende te Heerlen,
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B. Winters,
t e g e n
Mr. F.H.C. AARTS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],
kantoorhoudende te Heerlen,
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Bank en de curator.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak F 12/99 F van de rechtbank Maastricht van 2 juli 2012 en 5 juli 2012;
b. de beschikking in de zaak 172905/HA RK 12-84 van de rechtbank Maastricht 18 juli 2012.
De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank van 18 juli 2012 heeft de Bank beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot referte.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en tot het buiten behandeling laten van het incidenteel cassatieberoep. Komt de Hoge Raad tot de slotsom dat het principaal cassatieberoep wel doel treft, dan dient ook het incidenteel cassatieberoep gegrond te worden bevonden.
De advocaat van de Bank heeft bij brief van 1 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 maart 2013.