ECLI:NL:HR:2013:BZ2962
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Amsterdam
Op 5 maart 2013 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld dat was ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 augustus 2010. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsheren hebben de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden.
Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft daarom het beroep verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart. Deze uitspraak bevestigt het oordeel van het hof zonder inhoudelijke bespreking van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest gerechtshof blijft in stand.