ECLI:NL:HR:2013:BZ2963
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang
Op 5 maart 2013 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 november 2011. De verdachte, vertegenwoordigd door mr. R.J. Wortelboer, stelde een middel van cassatie voor. De Advocaat-Generaal Knigge adviseerde om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 80a RO en na overleg met de Procureur-Generaal werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel, als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel. De uitspraak bevestigt de strenge toetsing van ontvankelijkheid in cassatieprocedures en benadrukt het belang van een voldoende belang en kans op slagen voor behandeling in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan kans van slagen.