ECLI:NL:PHR:2013:BZ2963
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens schending inzendtermijn
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte beoordeeld dat betrekking had op een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het enige aangevoerde middel betrof de schending van de inzendtermijn. De Hoge Raad overwoog dat dit middel bij gebrek aan voldoende belang niet tot cassatie kan leiden, zoals eerder bevestigd in jurisprudentie (HR 11 september 2012, LJN BX0146).
Op basis hiervan heeft de Hoge Raad het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering niet-ontvankelijk verklaard. De conclusie werd op 5 maart 2013 door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad uitgebracht. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven, aangezien het beroep niet ontvankelijk werd verklaard.
Deze beslissing benadrukt het belang van tijdige indiening van cassatieberoepen en bevestigt dat schending van de inzendtermijn een dwingende reden kan zijn voor niet-ontvankelijkheid, waardoor verdere inhoudelijke behandeling wordt uitgesloten.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van de inzendtermijn.