ECLI:NL:HR:2013:BZ3621
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn in cassatiefase zonder rechtsgevolg
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden vanwege te late indiening van stukken door het hof.
De Hoge Raad stelt vast dat het middel gegrond is en erkent de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. Echter, omdat in de samenhangende hoofdzaak eveneens een overschrijding is vastgesteld en compensatie daarvoor zal plaatsvinden, ziet de Hoge Raad geen aanleiding om in deze zaak een afzonderlijk rechtsgevolg aan de overschrijding te verbinden.
De overige middelen van cassatie worden verworpen zonder nadere motivering, aangezien zij geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt derhalve verworpen en de uitspraak van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen ondanks de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.