Conclusie
eerste middelkomt op tegen het oordeel van het hof dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. De betrokkene zou volgens de steller van het middel zelfs verlies hebben geleden, doordat hij de door hem aangekochte aandelen in april 2008 heeft verkocht tegen een koers die aanzienlijk lager lag dan de aankoopkoers. Met het
tweede middelwordt geklaagd over de schatting van de omvang van het voordeel. Nu met beide middelen wordt opgekomen tegen de uitgangspunten die het hof heeft gehanteerd bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, lenen deze zich voor gezamenlijke bespreking.