ECLI:NL:HR:2013:BZ4496
Hoge Raad
- Herziening
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag herziening geuridentificatieproef in poging tot doodslag en diefstal met geweld
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 2004, waarin de aanvrager veroordeeld werd voor medeplegen van poging tot doodslag, diefstal met geweld en het bezit van een vuurwapen. De aanvraag was gebaseerd op nieuwe informatie over onregelmatigheden bij geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006.
De Hoge Raad overwoog dat geurproeven uit die periode, tenzij concrete aanwijzingen van het tegendeel aanwezig zijn, als onbetrouwbaar moeten worden beschouwd. De aanvrager stelde dat zonder deze geurproef hij niet veroordeeld zou zijn. Uit het dossier bleek echter dat de geurproef niet betrekking had op het wapenbezit en dat het bewijs voor de poging tot doodslag en diefstal met geweld ook zonder de geurproef voldoende was.
De Hoge Raad concludeerde dat er geen ernstig vermoeden bestond dat de aanvrager zonder de geurproef vrijgesproken zou zijn. Daarom werd de aanvraag tot herziening afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en de waarnemend griffier was daarbij aanwezig.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af omdat het bewezenverklaarde ook zonder de geurproef kan worden vastgesteld.