Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt allereerst over de verbeurdverklaring van de in beslag genomen apparatuur voor het ‘minen’ van bitcoins.
corpora delicti. Onder ‘het feit’ moet het bewezen verklaarde feit worden verstaan. [1] De genoemde grond voor verbeurdverklaring heeft een ruim bereik; een ‘betrekking’ tussen het voorwerp en het bewezen verklaarde feit volstaat. [2] Daarvan is bijvoorbeeld sprake in geval van een schip dat in brand is gestoken om verzekeringspennen te innen. [3] Een losser verband tussen het voorwerp en het bewezen verklaarde feit kan onder omstandigheden ook volstaan. Het arrest van de Hoge Raad van 8 oktober 1996,
NJ1997/92 biedt daarvan een voorbeeld. [4] In die zaak had het hof bewezen verklaard dat de verdachte een hoeveelheid van 13467 gram van een materiaal bevattende hashish en een hoeveelheid van 2675 gram van een materiaal bevattende hennep opzettelijk aanwezig had gehad. Het had voorts vastgesteld dat het in beslag genomen geld in het bijzonder bestemd was om te dienen als bedrijfskapitaal voor de handel in hashish. Het daarop gegronde oordeel dat de bewezen verklaarde feiten zijn begaan met betrekking tot het in beslag genomen geld en dat dit geld dan ook vatbaar is voor verbeurdverklaring, bleef in cassatie in stand. Daarbij sloeg de Hoge Raad onder meer acht op de in de bewezenverklaring vermelde hoeveelheden hashish.
1. Aanleiding tot de voorgestelde wijziging