ECLI:NL:HR:2013:BZ5408

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/04413 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577c SvArt. 445 SvArt. 7 EVRMArt. 13 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beschikking tenuitvoerlegging lijfsdwang

In deze zaak heeft de veroordeelde cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof waarin verlof is verleend tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang op grond van artikel 577c Sv. De Hoge Raad heeft beoordeeld of dit beroep ontvankelijk is. Volgens artikel 445 Sv Pro is cassatieberoep tegen beschikkingen slechts mogelijk in de gevallen die in het wetboek zijn bepaald. Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatieberoep tegen een dergelijke beschikking toestaat, verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.

De verdediging verwees naar een eerdere uitspraak (HR 20 december 2011, LJN BP9449) waarin werd geoordeeld dat de maatregel van lijfsdwang als een 'penalty' in de zin van artikel 7 EVRM Pro moet worden beschouwd. Desondanks volgt uit artikel 13 EVRM Pro niet dat tegen elke rechterlijke beslissing waarbij lijfsdwang wordt opgelegd een rechtsmiddel moet openstaan. De Hoge Raad bevestigde dat dit oordeel de ontvankelijkheidsvraag niet anders maakt.

De beschikking werd gegeven door de vice-president en twee raadsheren in raadkamer en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 26 maart 2013. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de beschikking tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

26 maart 2013
Strafkamer
nr. S 12/04413 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 juli 2012, nummer 001321-11, op een vordering als bedoeld in art. 577c Sv, in de zaak van:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. J.W. Soeteman, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de veroordeelde niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 445 Sv Pro staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.
Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige, waarbij verlof is verleend tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang als bedoeld in art. 577c Sv, beroep in cassatie openstaat, kan de veroordeelde in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.
Dit wordt niet anders doordat in HR 20 december 2011, LJN BP9449, NJ 2012/237 is geoordeeld dat de in art. 577c Sv voorziene maatregel van lijfsdwang heeft te gelden als 'penalty' in de zin van art. 7, eerste lid, EVRM. Ook in het licht van dit oordeel kan immers uit art. 13 EVRM Pro niet volgen dat tegen de rechterlijke beslissing waarbij die maatregel is opgelegd steeds een rechtsmiddel moet openstaan.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2013.