ECLI:NL:HR:2013:BZ5408
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beschikking tenuitvoerlegging lijfsdwang
In deze zaak heeft de veroordeelde cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof waarin verlof is verleend tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang op grond van artikel 577c Sv. De Hoge Raad heeft beoordeeld of dit beroep ontvankelijk is. Volgens artikel 445 Sv Pro is cassatieberoep tegen beschikkingen slechts mogelijk in de gevallen die in het wetboek zijn bepaald. Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatieberoep tegen een dergelijke beschikking toestaat, verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.
De verdediging verwees naar een eerdere uitspraak (HR 20 december 2011, LJN BP9449) waarin werd geoordeeld dat de maatregel van lijfsdwang als een 'penalty' in de zin van artikel 7 EVRM Pro moet worden beschouwd. Desondanks volgt uit artikel 13 EVRM Pro niet dat tegen elke rechterlijke beslissing waarbij lijfsdwang wordt opgelegd een rechtsmiddel moet openstaan. De Hoge Raad bevestigde dat dit oordeel de ontvankelijkheidsvraag niet anders maakt.
De beschikking werd gegeven door de vice-president en twee raadsheren in raadkamer en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 26 maart 2013. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de beschikking tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang wordt niet-ontvankelijk verklaard.