ECLI:NL:HR:2013:BZ5422
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Voorlopige machtiging gesloten jeugdzorg zonder instemming gedragswetenschapper toegestaan onder strikte voorwaarden
In deze zaak stond de verlening van een voorlopige machtiging tot opname van een jeugdige in gesloten jeugdzorg centraal, waarbij de vereiste instemming van een gedragswetenschapper ontbrak. De jeugdige was onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst vanwege ernstige gedragsproblemen. De rechtbank verleende een voorlopige machtiging, welke door het hof werd bekrachtigd ondanks het ontbreken van de instemming van een gedragswetenschapper, omdat onderzoek feitelijk onmogelijk was gebleken.
De Hoge Raad bevestigde dat de instemming van een gedragswetenschapper in beginsel vereist is voor een voorlopige machtiging, maar dat hiervan kan worden afgeweken als onderzoek feitelijk onmogelijk is. Dit moet echter per geval worden beoordeeld en de rechter moet de onmogelijkheid en noodzaak van de maatregel zorgvuldig motiveren. In deze zaak was onvoldoende gemotiveerd of ook ander onderzoek dan persoonlijk onderzoek onmogelijk was, waardoor het hof onvoldoende inzicht gaf in de rechtmatigheid van de machtiging zonder instemming.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het ontbreken van een indicatiebesluit en een verklaring van de raad voor de kinderbescherming een formeel gebrek vormde, maar dit geen reden was voor vernietiging gezien de ernst van de situatie en spoedeisendheid. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover het de voorlopige machtiging betrof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij vrijheidsbenemende maatregelen in de jeugdzorg en de uitzonderingspositie bij het ontbreken van instemming van een gedragswetenschapper, waarbij het belang van de jeugdige en wettelijke waarborgen centraal staan.
Uitkomst: De voorlopige machtiging zonder instemming van een gedragswetenschapper is onder strikte voorwaarden mogelijk, maar het hof heeft onvoldoende gemotiveerd dat onderzoek feitelijk onmogelijk was; de zaak is terugverwezen.