ECLI:NL:HR:2011:BQ2292
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Belang bij rechtsmiddel tegen tijdelijke machtiging gesloten jeugdzorg ook na afloop maatregel
In deze zaak stond de vraag centraal of een jeugdige die in beroep gaat tegen een tijdelijke machtiging tot plaatsing in een inrichting voor gesloten jeugdzorg, zijn procesbelang verliest wanneer de geldingsduur van die maatregel is verstreken. De jeugdige was sinds 2008 onder toezicht gesteld en meerdere malen geplaatst in gesloten jeugdzorg. De kinderrechter had in 2010 de ondertoezichtstelling verlengd en machtigingen verleend voor plaatsing in gesloten jeugdzorg voor kortere periodes.
De jeugdige stelde beroep in tegen deze beschikkingen, maar het hof verwierp het beroep tegen de machtiging van 25 februari 2010 omdat deze machtiging ten tijde van het hofbesluit was verstreken en de jeugdige daardoor geen belang meer zou hebben. De Hoge Raad keerde zich tegen deze vaste jurisprudentie en verwees naar een recente uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) waarin werd geoordeeld dat ook na afloop van vrijheidsbeneming het recht op een beoordeling van de rechtmatigheid blijft bestaan.
De Hoge Raad stelde dat het procesbelang van degene die tegen een tijdelijke maatregel in beroep gaat niet mag worden ontzegd alleen omdat de periode waarvoor de maatregel gold is verstreken. Ook het ontbreken van een expliciet verzoek tot beoordeling van rechtmatigheid met het oog op schadevergoeding of het ontbreken van feiten die schade aannemelijk maken, mag het procesbelang niet uitsluiten.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Hiermee werd een belangrijke wijziging in de rechtspraak bevestigd, die de bescherming van jeugdigen in gesloten jeugdzorg versterkt door het waarborgen van hun recht op een inhoudelijke toetsing van vrijheidsbenemende maatregelen, ook na afloop daarvan.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat het procesbelang van een jeugdige bij beroep tegen een tijdelijke machtiging gesloten jeugdzorg niet vervalt doordat de maatregel is geëindigd en verwijst de zaak voor verdere behandeling.