ECLI:NL:HR:2013:BZ6331
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep ontbinding overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden
In deze zaak stond de vraag centraal of de overeenkomst tussen WOONSTICHTING LEYAKKERS en de wederpartij ontbonden kon worden op grond van onvoorziene omstandigheden volgens artikel 6:258 BW Pro. Leyakkers vorderde ontbinding, beroepend zich tevens op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW Pro.
De rechtbank Breda en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch hadden reeds eerder geoordeeld dat de omstandigheden niet zodanig waren dat ontbinding gerechtvaardigd was. Leyakkers stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en Leyakkers werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Deze uitspraak bevestigt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van beslissingen over onvoorziene omstandigheden en de toepassing van redelijkheid en billijkheid in het contractenrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Leyakkers wordt verworpen en de vordering tot ontbinding blijft afgewezen.