ECLI:NL:HR:2013:BZ6331

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/00261
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:258 BWArt. 6:248 lid 2 BW
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep ontbinding overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden

In deze zaak stond de vraag centraal of de overeenkomst tussen WOONSTICHTING LEYAKKERS en de wederpartij ontbonden kon worden op grond van onvoorziene omstandigheden volgens artikel 6:258 BW Pro. Leyakkers vorderde ontbinding, beroepend zich tevens op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW Pro.

De rechtbank Breda en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch hadden reeds eerder geoordeeld dat de omstandigheden niet zodanig waren dat ontbinding gerechtvaardigd was. Leyakkers stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en Leyakkers werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Deze uitspraak bevestigt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van beslissingen over onvoorziene omstandigheden en de toepassing van redelijkheid en billijkheid in het contractenrecht.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Leyakkers wordt verworpen en de vordering tot ontbinding blijft afgewezen.

Uitspraak

5 april 2013
Eerste Kamer
12/00261
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
WOONSTICHTING LEYSTROMEN (voorheen geheten WOONSTICHTING LEYAKKERS),
gevestigd te Rijen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Leyakkers en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 195896/HA ZA 08-1820 van de rechtbank Breda van 22 april 2009 en 12 augustus 2009;
b. de arresten in de zaak HD 200.044.672 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 januari 2010 en 15 november 2011.
Het arrest van het hof van 15 november 2011 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen laatstgenoemd arrest van het hof heeft Leyakkers beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Leyakkers mede door mr. L. van den Eshof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Leyakkers heeft bij brief van 1 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Leyakkers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 365,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. De Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.