ECLI:NL:PHR:2013:BZ6331
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van onvoorziene omstandigheden en redelijkheid en billijkheid bij kijkgeleiding in woonzorgcomplex
De zaak betreft een geschil tussen [verweerder], eigenaar van een woning met dakterras, en Leyakkers, een woonstichting die een woonzorgcomplex beheert. Ter bescherming van de privacy van [verweerder] werd een kijkgeleiding aangebracht die inkijk vanuit het complex op het dakterras moest voorkomen. Diverse bewoners klaagden over de kijkgeleiding vanwege verminderde lichtinval en een opgesloten gevoel. Leyakkers vorderde gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden en een verklaring voor recht dat de bepalingen over de kijkgeleiding niet meer van toepassing zijn.
De rechtbank wees het beroep op onvoorziene omstandigheden af, maar oordeelde dat de bepalingen over de kijkgeleiding niet langer van toepassing zijn vanwege de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid. Het hof bevestigde dit oordeel en wees het beroep van Leyakkers af. In cassatie stond centraal of het hof onjuiste rechtsgronden had gehanteerd bij de toepassing van artikel 6:248 lid 2 BW Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht rekening hield met de belangen van derden, zoals de huurders, en dat de redelijkheid en billijkheid in dit geval niet beperkt zijn tot de contractspartijen. Het hof had de belangenafweging zorgvuldig gemaakt, waarbij het belang van Leyakkers als verhuurder en de klachten van huurders waren meegewogen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof dat [verweerder] niet onredelijk handelde door aan de garantieverplichting te blijven vasthouden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Leyakkers wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.