ECLI:NL:HR:2013:BZ6516

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/02499
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 440 SvArt. IV lid 3 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2008
Verwijzingen
2 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van hoger beroep door ontbrekende pleitnota

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. De verdachte had beroep ingesteld en werd bijgestaan door advocaten die middelen van cassatie hadden voorgesteld. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep voerde de raadsvrouwe het woord tot verdediging, overeenkomstig een pleitnota die aan het proces-verbaal was gehecht.

Echter bleek bij de behandeling in cassatie dat deze pleitnota ontbrak in de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Nadere informatie van het hof maakte duidelijk dat de pleitnota niet meer beschikbaar zou komen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of er meer verweren waren gevoerd dan in het arrest genoemd, wat een ernstig procesverzuim oplevert.

De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim zo ernstig was dat het leidde tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontbrekende pleitnota en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

9 april 2013
Strafkamer
nr. S 11/02499
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 april 2011, nummer 22/001945-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. C.P. Wesselink-van Dijk en mr. M. Tiebosch, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2. Beoordeling van het bij aanvullende schriftuur voorgestelde middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, aangezien de door de raadsvrouwe bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnota zich niet bij de stukken van het geding bevindt.
2.2. Blijkens het proces-verbaal van voormelde terechtzitting heeft de raadsvrouwe van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd. Het proces-verbaal houdt daaromtrent in:
"De raadsvrouw voert het woord tot verdediging overeenkomstig haar overgelegde en aan dit proces-verbaal gehechte pleitnotities."
2.3. De in genoemd proces-verbaal vermelde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Naar aanleiding van een door de raadsvrouwe op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2008 gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen.
2.4. Nu bedoelde pleitnota ontbreekt, valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan de in de bestreden uitspraak genoemde dan wel of aldaar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
2.5. Het middel is gegrond.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het bij schriftuur voorgestelde middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 9 april 2013.