ECLI:NL:HR:2013:BZ6959
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens gebrek aan belang bij zekerheidsstelling proceskosten
In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem. Het geschil betreft de toepassing van art. 80a lid 1 van het Wetboek van Rechtsvordering (RO) inzake de zekerheidsstelling voor proceskosten en de vaststelling van woon- of gewone verblijfplaats in samenhang met art. 224 lid 2 onder Pro a en b Rv en art. 17 van Pro het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954.
De verweerders in cassatie zijn niet verschenen en tegen hen is verstek verleend. De Procureur-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren, omdat eiser klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad sluit zich aan bij dit advies en oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk op grond van art. 80a lid 1 RO. Tevens wordt eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van verweerders nihil worden begroot.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang bij het beroep.