ECLI:NL:HR:2013:BZ9956
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake verzoek tot vaststelling Nederlanderschap
In deze zaak betrof het een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). De verzoeker had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage waarin een naturalisatiebesluit met valse of fictieve persoonsgegevens was betrokken.
De Staat, vertegenwoordigd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, heeft geen verweerschrift ingediend. De Procureur-Generaal adviseerde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO).
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verzoeker geen behandeling in cassatie rechtvaardigden, omdat de verzoeker klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 14 juni 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.