Uitspraak
wonende te [woonplaats], België
gevestigd te Maastricht,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 juli 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over de opzegging van een huurovereenkomst tussen [eiser], die een bedrijf exploiteert op een terrein te Maastricht, en Stichting Berregratte, die het terrein huurt van Natuurmonumenten. Berregratte had de huur aan [eiser] opgezegd met als gevolg een ontruimingsvordering.
De kantonrechter wees de vordering van [eiser] toe dat de huuropzegging geen effect sorteert, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde [eiser] tot ontruiming. Het hof baseerde zich op het oordeel dat Berregratte bevoegd was de huurovereenkomst op te zeggen en dat er geen sprake was van misbruik van deze bevoegdheid. Tevens stelde het hof dat tussen Natuurmonumenten en [eiser] geen huurovereenkomst bestond.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij zijn oordeel over de opzegging een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door alleen te toetsen aan misbruik van opzeggingsbevoegdheid en niet aan de ruimere maatstaf die de Hoge Raad eerder heeft geformuleerd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling. De incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.