ECLI:NL:HR:2013:CA1601
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Herstel van arrest over proceskostenveroordeling in civiele procedure tussen Hauck en Stokke
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 12 april 2013 een arrest gewezen waarin de proceskostenveroordeling ten aanzien van het cassatieberoep van Hauck werd vastgesteld op een lager bedrag dan partijen waren overeengekomen. Partijen hadden namelijk een kostenraming gemaakt op basis van artikel 1019h Rv, waarbij de kosten voor het principale beroep waren vastgesteld op € 35.000 en voor het incidentele beroep op € 25.000.
De Hoge Raad constateerde een misslag in het eerdere arrest en heeft dit op 31 mei 2013 hersteld door de proceskostenveroordeling te verhogen tot het overeengekomen bedrag van € 35.000 voor het principale beroep. Hiermee werd de eerdere beslissing aangepast en werd Hauck veroordeeld tot vergoeding van de volledige proceskosten aan Stokke c.s.
De zaak betreft een civiele procedure tussen de Duitse vennootschap Hauck en de Noorse vennootschap Stokke c.s. De procedure speelde zich af in meerdere instanties, waarbij de Hoge Raad uiteindelijk het cassatieberoep behandelde. De uitspraak betreft een technische correctie van het arrest met betrekking tot de proceskostenveroordeling en bevestigt de toepassing van artikel 1019h Rv in deze context.
De beslissing werd genomen door vijf raadsheren, onder wie de voorzitter vice-president Numann, en is openbaar uitgesproken door raadsheer Loth. De Procureur-Generaal heeft geen aanvullend advies uitgebracht.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt het arrest door de proceskostenveroordeling te verhogen tot € 35.000 en veroordeelt Hauck tot vergoeding van de volledige proceskosten aan Stokke c.s.