ECLI:NL:HR:2013:CA3937
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tardiviteit nieuwe geschilpunten in navorderingsaanslagen en boetes
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boetes opgelegd over de jaren 2000 tot en met 2003, waaronder aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en een aanslag op grond van de Waz. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank deels de aanslagen en boetes, waarna het hof deze uitspraken deels bevestigde en deels vernietigde.
Tijdens het hoger beroep bracht belanghebbende nieuwe stellingen naar voren die in wezen nieuwe geschilpunten vormden en nader feitelijk onderzoek vereisten. Het hof oordeelde dat deze stellingen tardief waren en niet in strijd met de goede procesorde behandeld hoefden te worden. Dit oordeel is gebaseerd op het belang van een doelmatige procedure, het feit dat de stellingen niet eerder waren ingebracht en dat de Inspecteur niet adequaat kon reageren zonder nadere voorbereiding.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het cassatieberoep ongegrond. De Hoge Raad stelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de waarderingen van feitelijke aard niet in cassatie getoetst kunnen worden. Ook het schorsen van de zitting voor nader bewijs en reactie doet hieraan niet af.
Er is geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en wordt het beroep in cassatie verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.