ECLI:NL:HR:2014:1018

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2014
Publicatiedatum
25 april 2014
Zaaknummer
13/04277
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:296 lid 1 onder b BWArt. 7:296 lid 2 BWArt. 7:296 lid 3 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik met nieuwe einddatum

In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst van bedrijfsruimte centraal, waarbij de verhuurder, Aldi Vastgoed B.V., de overeenkomst wilde beëindigen wegens dringend eigen gebruik op grond van artikel 7:296 lid 1 onder Pro b BW. De redelijke belangenafweging en de wachttijd zoals bedoeld in artikel 7:296 lid 2 en Pro 3 BW waren onderwerp van discussie.

De kantonrechter en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch hadden eerder arresten gewezen waarbij het hof een einddatum van de huurovereenkomst had vastgesteld op 1 januari 2014. Aldi stelde cassatieberoep in tegen deze arresten, maar de Hoge Raad verwierp het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om tot cassatie te leiden en bepaalde een nieuwe datum voor het einde van de huurovereenkomst.

De Hoge Raad wijzigde de einddatum van de huurovereenkomst van 1 januari 2014 naar 1 augustus 2014. Tevens veroordeelde de Hoge Raad Aldi in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de eerdere uitspraak van het hof bekrachtigd, met uitzondering van de aangepaste einddatum.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Aldi wordt verworpen en de einddatum van de huurovereenkomst wordt gewijzigd naar 1 augustus 2014.

Uitspraak

25 april 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04277
EV/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ALDI VASTGOED B.V.,
gevestigd te Culemborg,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M. Ynzonides.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Aldi en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 77897 HAZA 11-8087 van de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch van 15 maart 2012;
b. de arresten in de zaak HD 200.108.332/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 maart 2013 en 7 mei 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 19 maart 2013 en 7 mei 2013 heeft Aldi beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerster] mede door mr. S.C. Polkerman, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep en afdoening zoals onder 3 van de conclusie is voorgesteld.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
wijzigt de in het dictum van het arrest van het hof van 7 mei 2013 genoemde datum van 1 januari 2014 aldus dat deze datum telkens dient te worden gelezen als 1 augustus 2014;
veroordeelt Aldi in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, C.E. Drion, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
25 april 2014.